Lta
Definitie
De verhouding tussen de hoeveelheid zichtbaar licht die door beglazing wordt doorgelaten en de totale invallende lichtstraling, of een bouwmethode gericht op lichte, modulaire constructies.
Omschrijving
Toepassing en uitvoering in de praktijk
Bepaling van lichtdoorlatendheid bij beglazing
De vaststelling van de LTA-waarde vindt plaats onder gecontroleerde laboratoriumomstandigheden volgens genormaliseerde meetmethodieken zoals de NEN-EN 410. Hierbij wordt een standaard lichtbron, type D65, loodrecht op het glasoppervlak geprojecteerd. Spectrofotometers meten vervolgens de fractie van het zichtbare licht die aan de binnenzijde uittreedt. In de ontwerpfase voeren adviseurs deze specifieke coëfficiënten in in rekensoftware voor daglichtberekeningen. Men toetst de cumulatieve resultaten aan de prestatie-eisen van het vigerende Bouwbesluit. Het is puur rekenwerk op basis van gecertificeerde productdata. Vaak worden op de bouwplaats fysieke monsters, zogenaamde mock-ups, geplaatst om de visuele kleurneutraliteit en de daadwerkelijke lichtkwaliteit onder wisselende weersomstandigheden te beoordelen.
Uitvoering van licht toegepaste architectuur
Bij projecten die vallen onder de noemer Licht Toegepaste Architectuur verschuift de uitvoering van de bouwplaats naar de fabriek. Prefabricage voert de boventoon. De bouw op locatie kenmerkt zich door droge verbindingen. Men schroeft en bout. Natte processen zoals het storten van beton of metselwerk worden geminimaliseerd of volledig geëlimineerd. Het start vaak bij de fundering; door de geringe massa van de constructie volstaan vaak lichtere technieken zoals schroefpalen of herplaatsbare stelconplaten. De opbouw geschiedt razendsnel. Prefabricatie. Elementen worden als een bouwpakket geassembleerd, waarbij de logistiek vaak is afgestemd op just-in-time levering om de opslagruimte op de bouwplaats te beperken. Omdat de componenten demontabel moeten blijven, blijft de afwerking vaak zichtbaar of wordt deze aangebracht met mechanische bevestigingsmiddelen. Het proces is omkeerbaar.
Variaties in lichttransmissie bij beglazing
Binnen de glaswereld varieert de LTA-waarde sterk per glassamenstelling. Standaard dubbelglas heeft een hoge factor. Logisch. Maar zodra er coatings voor warmte-isolatie (HR++) of zonwering bijkomen, daalt de lichttoetreding vaak. Een cruciaal onderscheid ligt bij selectieve beglazing. Hierbij probeert men een hoge LTA te combineren met een lage zontoetredingsfactor (ZTA-waarde). Men noemt dit ook wel de selectiviteit van het glas. Een getal boven de 2 wordt gezien als technisch zeer hoogwaardig; veel licht, weinig hitte.
Dynamische varianten winnen terrein. Denk aan electrochroom glas. De LTA-waarde is hierbij niet statisch. Door een elektrische spanning verandert de tint van het glas. Van volledig transparant naar diepblauw of grijs. De gebruiker regelt de lichtinval per moment. Dan bestaat er nog de variant met geïntegreerde zonwering in de spouw. Jaloezieën of screens tussen de glasbladen. De effectieve LTA van het hele venstersysteem wijzigt dan mechanisch, terwijl het glas zelf gelijk blijft.
Verschijningsvormen van Licht Toegepaste Architectuur
Licht Toegepaste Architectuur manifesteert zich in diverse bouwsystemen. Houtskeletbouw (HSB) is de meest bekende vorm. Licht van gewicht. Dampopen. Vaak gecombineerd met prefab elementen. Een alternatief is Light Gauge Steel (staalframebouw). Koudgewalste stalen profielen vervangen hier de zware beton- of kalkzandsteenwanden. Het is de precisie van machinebouw in de constructie. Extreem licht. Slank.
Modulaire unitbouw vormt een andere categorie. Volledig afgewerkte ruimtes die op de bouwplaats enkel nog gekoppeld hoeven te worden. Dit raakt aan de IFD-principes: Industrieel, Flexibel en Demontabel. Vaak verwart men LTA met puur tijdelijke bouw. Onjuist. De varianten variëren van permanente luxe villa's in houtskelet tot aan opschaalbare schoolgebouwen die na tien jaar ergens anders weer worden opgebouwd. Het gaat om de losmaakbaarheid. Droge verbindingen zijn de standaard. Geen specie. Geen gietbouw. Puur assemblage.
LTA in dagelijkse scenario's
Stel je een diep kantoorpand voor met een vliesgevel op het noorden. Hier is elke lux cruciaal voor het welzijn van de medewerkers. De adviseur schrijft glas voor met een LTA-waarde van minimaal 0,78. Maximaal daglicht. De behoefte aan kunstverlichting daalt direct. Draai je het gebouw om naar een zonnige zuidwestgevel, dan verandert de prioriteit. Men kiest daar vaak voor een LTA van 0,40 in combinatie met een lage zontoetreding. Het glas oogt iets donkerder, maar voorkomt dat de koelmachine overuren draait.
Toepassing van constructieve lichtheid
Een extra verdieping bovenop een bestaand appartementencomplex in de binnenstad, een zogenaamde optopping. De oorspronkelijke fundering biedt geen ruimte voor extra zware belasting van betonvloeren. Licht Toegepaste Architectuur biedt hier de uitkomst. Men monteert een staalframe-constructie. Droge montage op een zaterdag. Minimale overlast voor de bewoners en een constructie die het bestaande gebouw niet overbelast.
Denk ook aan een demontabele sporthal bij een tijdelijk onderwijscentrum. Geen funderingspalen die diep de grond in gaan, maar verplaatsbare funderingsblokken of stelconplaten op een verdicht zandbed. De wanden bestaan uit sandwichpanelen die met boutverbindingen aan het skelet vastzitten. Na vijf jaar draait de aannemer de bouten los. De componenten gaan op transport naar een volgend project. Geen sloopafval. Alleen hergebruik.
Wettelijke kaders en normering
Het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL) vormt de juridische basis voor de toepassing van de Lta-waarde in Nederland. In dit besluit zijn minimale eisen vastgelegd voor de equivalente daglichttoetreding in verblijfsgebieden en verblijfsruimten. Regels bepalen de grens. Een te lage Lta-waarde van het gekozen glas dwingt de ontwerper vaak tot grotere raamoppervlakken om aan de wettelijke ondergrens te voldoen. Voor de feitelijke bepaling van deze daglichttoetreding is de NEN 2057 de aangewezen rekenmethode. Hierin fungeert de Lta-factor als een directe coëfficiënt voor de effectiviteit van de daglichtopening.
Naast bouwtechnische voorschriften stelt het Arbobesluit specifieke eisen aan de werkomgeving. Werknemers hebben recht op visueel contact met de buitenwereld en voldoende daglicht op de werkplek. Dit beïnvloedt de keuze voor de transparantie van gevelsystemen direct. De balans tussen lichtwinst en verblinding is hierbij essentieel. Voor projecten die vallen onder Licht Toegepaste Architectuur is de Milieuprestatie Gebouwen (MPG) een sturend instrument geworden. Sinds de stapsgewijze aanscherping van de MPG-normen in het BBL worden lichtgewicht en demontabele constructies bevoordeeld vanwege hun lagere materiaalgebonden milieulast per vierkante meter. De constructieve veiligheid van deze lichte systemen moet echter onverminderd voldoen aan de Eurocodes voor stabiliteit en sterkte.
Historische ontwikkeling van de lichttoetredingsfactor
Vroeger was glas simpelweg een barrière tegen wind en regen. Transparantie was de enige maatstaf. Met de opkomst van de grootschalige glasarchitectuur in het modernisme, halverwege de twintigste eeuw, ontstond echter de noodzaak om de binnentredende energie te kwantificeren. De oliecrisis van 1973 markeerde het definitieve omslagpunt. Isolatie werd heilig.
De eerste generaties isolatieglas en zonwerende coatings hadden een fors nadeel: ze waren donker of sterk spiegelend. Gebouwen veranderden in ondoorzichtige blokken. De LTA-waarde was destijds laag. Technologische sprongen in de jaren negentig, specifiek de ontwikkeling van magnetron-gesputterde coatings, maakten het mogelijk om selectiviteit toe te passen. Men leerde golflengtes te scheiden. Zichtbaar licht mocht naar binnen, infraroodstraling werd geweerd. Hierdoor steeg de LTA-waarde van hoogwaardig isolatieglas weer richting de waarden van enkel glas, zonder de thermische nadelen.
Oorsprong en evolutie van lichte bouwmethodieken
Licht Toegepaste Architectuur vindt zijn oorsprong in de tijdelijke tentoonstellingsbouw van de negentiende eeuw. Het Crystal Palace in Londen (1851) geldt als het oer-voorbeeld. Modulair. Licht. Demontabel. In Nederland kreeg de gedachte achter LTA een impuls tijdens de naoorlogse woningnood. Men experimenteerde met systeembouw om de bouwsnelheid te verhogen. Prefabricage werd de norm.
De focus verschoof in de jaren tachtig en negentig van snelheid naar flexibiliteit. Het IFD-programma (Industrieel, Flexibel en Demontabel) zette de toon. De laatste tien jaar is de drijfveer fundamenteel veranderd. Duurzaamheid regeert. Waar lichte constructies vroeger vaak als inferieur of tijdelijk werden beschouwd, dwingt de huidige stikstofproblematiek en de noodzaak tot CO2-reductie de sector naar minimale massa. De geschiedenis van LTA is daarmee een reis van pure noodzaak via industriële efficiëntie naar ecologische urgentie. Droge verbindingen zijn niet langer een keuze, maar een vereiste voor de circulaire economie.
Gebruikte bronnen
- https://www.handelbouwadvies.nl/wat-is-het-verschil-tussen-lta-en-zta-waarde/
- https://www.aaglas.nl/alles-over-glas/het-verschil-tussen-de-zta-lta-en-g-waarde-bij-glas
- https://topsectorenergie.nl/nl/kennisbank/zonwerend-glas/
- https://www.lawinsider.com/dictionary/lta-project-schedule
- https://nl.wikipedia.org/wiki/Architectuur
- https://www.lawinsider.com/dictionary/lta-construction-report
- https://procurement-notices.undp.org/view_file.cfm?doc_id=42272
Meer over constructies en dragende structuren
Ontdek meer termen en definities gerelateerd aan constructies en dragende structuren